SLIM FIT 

 

Onze vertaling van de SLIM FIT KUBUS:

Algemene visie en organisatie
In onze visie op leren staat, dat we kinderen willen ontwikkelen tot zelfstandige, volwaardige medeburgers in de maatschappij van morgen. Dat betekent, dat we het belangrijk vinden voldoende basiskennis mee te geven, maar zeker ook vaardigheden, die het kind verder kan helpen in zijn ontwikkeling. We denken dan aan zelfstandigheid, samenwerken, plannen en eigenaar zijn van je eigen leerproces. Bij deze visie op leren, kijken we doelgericht naar de lessen. Waar eerst de methode centraal stond, staan nu steeds meer de doelen van de les centraal. De leerkracht denkt na over de manier waarop hij de doelen kan bereiken. 
De bijbehorende werkvormen worden weggezet in een korte, doelgerichte instructies van maximaal 30 minuten per vakgebied per keer. Kinderen verwerken de stof op een eigen moment, gekoppeld aan de dag- / weektaak: de werkwijzer. Door het onderwijs zo in te richten, komen de genoemde vaardigheden leeftijdsadequaat aan bod.

In de organisatie heeft het team een omslag gemaakt. Waar eerst de ochtend in het teken stond van het geven van lessen, staat nu het geven van instructies centraal. Hiervoor is het rooster aangepast. Kinderen volgen gedurende de dag verschillende instructies en hebben tussendoor de tijd om de stof (zelfstandig) te verwerken. Dit betekent dat er door teamleden gezamenlijk nagedacht is over het begeleiden van kinderen en de benodigde ondersteuning gedurende de dag. In het rooster speelt de afstemming een belangrijke rol spelen: De leerkrachten geven de instructies en de onderwijsassistent begeleidt de kinderen tijdens het zelfstandig werken.



Personeel
Het bewust zijn van en inzetten van verschillende rollen heeft veel aandacht. Rollen als instructeur, begeleider of mentor worden tijdens het werken aan de basisvakken ingezet. Leerkrachten, in hun rol van instructeur, worden zich meer bewust van de doelen van de les en werken aan deze doelen door het geven van korte instructies. Dit betekent dat leerkrachten in staat moeten zijn om in korte tijd (maximaal 30 minuten) de kern van de stof aan kinderen over te dragen. Daarnaast is het beheersen van de leerlijnen van de basisvakken een voorwaarde voor het werken met instructies. Doordat de verwerking van de stof door de kinderen op een ander moment gedaan wordt, is het van belang voor leerkrachten om tijdens de instructie veel directe feedback te geven. Op deze manier worden de kinderen ondersteund en gevolgd in hun ontwikkeling. 

Waar eerst alleen leerkrachten werkzaam waren in de school, wordt er nu ook gebruik gemaakt van onderwijsassistenten. Binnen het team zijn de rollen, taken en verantwoordelijkheden van de leerkracht en de onderwijsassistent vastgelegd.
De leerkracht is nu mentor van een gedeelte van de leerlingen, die samen een basisgroep vormen. In de basisgroep start je de dag op en worden de gezamenlijke groepsactiviteiten gedaan, zoals lezen, verjaardag vieren, zingen, schrijven, kringgesprek, enz. In de rol van mentor ben je verantwoordelijk voor het totaal beeld van een kind en het welbevinden. Ook de contacten met de ouders verlopen via de mentor.
De onderwijsassistente begeleidt de kinderen bij het zelfstandig verwerken van de leerstof. Zij begeleidt leerlingen in het werkproces. Soms door een leerlingen even op weg te helpen, samen het werk te plannen, of een eerste controle van het werk te doen.

Leeromgeving
Aangezien er meerdere kinderen van verschillende leeftijden actief zijn in de unit, is het noodzakelijk om de leeromgeving aan te passen. Het automatisme dat kinderen altijd een eigen tafel en stoel nodig hebben om te leren is er niet meer. We werken met flexplekken. Dat betekent, dat de activiteit of het vak bepaalt waar je aan het werk gaat. Er is bewust gekeken naar geluidsrijke en geluidsarme activiteiten. Zo zijn er samenwerkplekken, stilteplekken, hoeken en instructieruimten ingericht. Centraal is er een verwerkingsplein, waar alle tafels de zelfde hoogte hebben en kinderen hun stoel of kruk zo kunnen aanpassen, dat de hoogte passend is bij hun lengte. Op het verwerkingsplein zijn alle materialen en boeken ordelijk weggezet, zodat ze altijd toegankelijk zijn voor alle leerlingen. Overal is duidelijk wat de functie van de ruimte is en wat er van kinderen verwacht wordt in die ruimte.
Alle leerlingen kennen de regels die horen bij het werken met flexplekken.

Leerinhoud
Bij het werken volgens Slim Fit wordt er meer zelfstandigheid van kinderen gevraagd. Kinderen volgen gedurende de dag verschillende instructies en zullen tussendoor veelal zelfstandig aan het werk zijn. Om zelfstandigheid van kinderen te bevorderen, wordt er gewerkt met planborden en dagtaken in de onderbouw en met een werkwijzer in de bovenbouw. Kinderen hebben ondersteuning en begeleiding nodig bij het leren werken op deze manier. Hier wordt veel aandacht aan besteed en op cruciale momenten zelfs extra veel aandacht. Bijvoorbeeld aan het begin van groep 2 (de kieslijst), groep 3 (de dagplanner) en groep 4 ( de werkwijzer). Kinderen verwerken niet meer direct na de instructie, maar doen dit op een eigen moment. Het werk wordt door kinderen op maandag ingepland en gemonitord door de onderwijsassistente. 
Ook leren kinderen hoe je om hulp kunt vragen of hoe je iemand kunt helpen. Oudere kinderen zitten tijdens de verwerking aan een tafel met jongere kinderen en weten hoe ze een helpende hand kunnen bieden.

ICT
Bij het werken met units wordt ICT, meer dan eerst, ingezet bij de extra inoefening.  Alle leerlingen zijn middels een computerrooster ingedeeld en komen tijdens het verwerken van de leerstof allemaal aan de beurt om digitaal met leerstof aan de slag te gaan. Op deze manier is het werken met digitale middelen een gewoon onderdeel van je weektaak en mis je geen andere activiteit, omdat je aan de computer mag werken.

Het volgen van leerlingen
Per dag wordt er een matrix ingevuld, zodat we weten wat een leerling gedaan heeft en om eventueel op tijd bij te kunnen sturen. De leerkrachten krijgen voor hun vak al het werk te zien en het is aan hen om hier verantwoord feedback op te geven. Dat kan zijn door het na te kijken, dat kan ook door steekproefsgewijs te zien wat er gemaakt is. Elke week is er een unitoverleg, waarin alle betrokken medewerkers met elkaar bespreken hoe de voortgang is. Het volgen van de leerlingen vindt ook plaats door het afnemen van methode gebonden en methode ongebonden toetsen. Er is nagedacht over het vastleggen van de ontwikkeling van kinderen. Alle medewerkers zijn hier bij betrokken, maar de mentor is hiervoor het aanspreekpunt voor ouders. 

Differentiatie
Door het organiseren vanuit een unit, kunnen we alle jaargroepen hun eigen instructie geven. Binnen de jaargroep ontstaan er zo meer mogelijkheden voor differentiatie. Alle methoden voor de basisvakken zijn zo gekozen, dat er gewerkt kan worden met de 1-2-3 ster aanpak. Op de werkwijzer is de te verwerken stof per niveau terug te vinden.

Leiderschap / professionele leergemeenschap
De directeur heeft bij het werken in units een specifieke leidende rol. Personeelsleden moeten in grotere units werken en moeten meer met elkaar tot samenwerking en tot taakverdeling komen. Dat betekent, dat er meer overleg momenten gefaciliteerd moeten worden. Open communicatie, samenwerking, reflectie en evaluatie, dit zijn allemaal werkvormen die regelmatig op de agenda worden gezet door de directeur. Verder is het van belang om de verworvenheden binnen deze organisatie ook buiten de school uit te zetten. Zo begrijpen externe partners waarom een groep leerlingen niet zomaar een bezoekje kan brengen aan bv de bibliotheek op een ochtend, of waarom het inplannen van extra of andere activiteiten op onze school iets anders geregeld moeten worden.

School en samenleving

Vanaf het begin zijn de ouders betrokken bij het vormen van ons onderwijsconcept. Door middel van informeren, maar zeker ook als klankbord voor de veranderingen zijn ouders actief betrokken om mee te denken. Het ouderforum is bewust opgericht om een groep ouders mee te laten kijken in de keuken van de school. Ook bij de schoolbezoeken die we afgelegd hebben, zijn er steeds ouders meegegaan. Nog steeds vragen we elk jaar aan alle ouders om te komen kijken als de school “in werking” is. Daarna vragen we feedback, zodat we goed op de hoogte blijven van wat ouders zien en voelen bij ons onderwijsconcept.
De scholen voor voortgezet onderwijs geven aan, dat onze kinderen meer en bewuster met de leerstof om kunnen gaan en hun eigen planningen kunnen maken. Ook het schakelen verloopt soepel, omdat ze dat gewend zijn.